Concurrentiebeding geldig na functiewijziging?

Grote, complexe reorganisaties. Ze zorgen voor veel stress bij personeel, en ook bij de ondernemingsraad. Want die moet vaak snel advies uitbrengen. Hoe zorg je ervoor dat je toch grip op de zaak houdt?

<P>De heer S. is voor onbepaalde tijd in dienst getreden bij AVM. In zijn arbeidsovereenkomst is een non-concurrentiebeding opgenomen. De arbeidsovereenkomst tussen AVM en de heer S. eindigt waarna hij een concurrerend kantoor opricht. De heer S. stelt dat zijn werkzaamheden in de loop der tijd zijn veranderd. Hij heeft meer verantwoordelijkheid gekregen, hetgeen als consequentie zou moeten hebben dat het non-concurrentiebeding geen rechtskracht meer heeft. AVM stelt dat het non-concurrentiebeding wel geldig is.</P> <P>De heer S. vordert bij de kantonrechter een verklaring voor recht dat het non-concur- rentiebeding geen geldigheid meer heeft. De kantonrechter wijst de vordering af. In hoger beroep krijgt de heer S. alsnog gelijk. Het Hof stelt dat sprake is van een wijziging van de werkzaamheden. Als gevolg daarvan is het non-concurrentiebeding zwaarder gaan drukken. </P> <P>Hoge Raad<br> De Hoge Raad bepaalt dat een non-concurrentiebeding opnieuw moet worden overeengekomen indien de wijziging in de arbeidsverhouding dermate is dat het non-concurrentiebeding zwaarder gaat drukken. Met andere woorden, indien een functiewijziging tot gevolg heeft dat het non-concurrentiebeding meer beperkingen aan de werknemer oplegt dan op het moment van acceptatie, dan dient het opnieuw te worden overeengekomen.</P> <P>Uit de jurisprudentie blijkt dat indien er sprake is van een functiewijziging, snel de conclusie werd getrokken dat het non-concurrentiebeding ook zijn gelding verloor. Echter, de Hoge Raad stelt dat de rechter niet enkel moet onderzoeken of een wijziging van de arbeidsovereenkomst van ingrijpende aard is maar ook of die wijziging meebrengt dat het non-concurrentiebeding zwaarder gaat drukken en daardoor vervalt. Daarbij zal de rechter betekenis hechten aan de mate waarin de wijziging redelijkerwijze was te voorzien toen het beding werd gesloten. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof in de zaak tussen de heer S. en AVM deze regel niet correct heeft toegepast. </P> <P>Commentaar<br> Deze uitspraak is voor de praktijk van groot belang. Het komt immers geregeld voor dat een werknemer een concurrentiebeding met zijn werkgever heeft gesloten maar elders zijn werkzaamheden wenst voort te zetten. Een werknemer betoogt dan al snel dat het concurrentiebeding niet geldig is vanwege bijvoorbeeld het feit dat zijn werkzaamheden in de loop der tijd gewijzigd zijn. Geregeld slaagde dit betoog van de werknemer. De Hoge Raad lijkt deze gedachtegang te blokkeren. Niet enkel moet betoogd worden dat de functie van de werknemer is gewijzigd, maar ook dient in dat geval aantoonbaar te worden gemaakt dat het non-concurrentiebeding zwaarder is gaan drukken. Hierbij dient de rechter naar de feitelijke omstandigheden te kijken, maar ook naar hetgeen redelijkerwijze was te voorzien. Met andere woorden, indien een werknemer een andere functie krijgt, en dit bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst redelijkerwijs te verwachten was, brengt dat met zich mee dat het non-concurrentiebeding zijn geldigheid zal behouden. De uitspraken van de Hoge Raad geven mijns inziens werkgevers meer ruimte om werknemers te houden aan hun concurrentiebeding. Het blijft echter van belang om bij wijziging van werkzaamheden goed op te letten of het non-concurrentiebeding nog recht doet aan de nieuw ontstane situatie en indien daar twijfel over bestaat, dan is het raadzaam om een nieuw concurrentiebeding overeen te komen. </P> <P>HR 5 januari 2007, JAR 2007/37 en JAR 2007/38</P> <P><I>Auteur:</I>Chris Nekeman</P>

Lees meer over

Onderwerpen aanpassen

Mijn artikeloverzicht kan alleen gebruikt worden als je bent ingelogd.